Stan - Gitarist, Spaanse Gitaarmuziek, Bossa Nova, Spaanse Muziek
 

 

 

MUZIEKANALYSES

Analyse Mozart - Sonate in F (KV 332) (300k)

© Stan – http://www.degitarist.nl

INHOUDSOPGAVE

1. Overzicht (structurele delen en toonsoorten)

2. Verwantschappen tussen elementen en beweging

3. Harmonische reductie met analyse

4. Bijlage: hoofdvorm van de Sonate

1. Overzicht (structurele delen en toonsoorten)

2. Verwantschappen tussen elementen en beweging (expositie)

Thema I (1-12) Betreffende het karakter van thema I valt op te merken dat de melodie in de G-sleutel in de eerste 4 maten wordt vergezeld met een snelle begeleiding in de Bas sleutel. Na een maat rust in de Bas sleutel, neemt deze vervolgens het motiefje over (maat 7,8) van de melodie uit maat 5,6 (een soort bevestiging). Verder is de melodie in het thema ook vrij afwisselend qua ritmiek (eerste 3 maten een stuwend karakter gevolgd door verdere afwisseling). Men kan thema I beschouwen als een geheel, iets dat melodisch af is. Men zou thema I nog kunnen onderverdelen in 2 zinnen en een slotzinnetje. Eerste zin: maat 1 tot 5. Tweede zin: maat 6 tot 8. Slotzinnetje:maat 9 tot en met 12. Samen vormt het dus een geheel. De melodische beweging loopt van f (maat 1) naar e (maat 4) en vervolgens terug naar f in maat 7. Er wordt dus voldoende tijd genomen om van laag naar hoog en weer terug naar laag te gaan.
Overg.zin (23-41) Binnen de overgangszin is maat 25,26 verwant met 29,30; het is namelijk een sequens (een toon lager). m.b.t. Beweging valt natuurlijk op dat hier veel kleine notenwaarden worden gebruikt zoals achtsten en zestienden. In de begeleiding is een structuur in de beweging als volgt waar te nemen 2:2:2:2:8
Thema II (41- 48) Thema II is ritmisch verwant met thema I: eerste 4 maten hebben een rustig, stuwend ritme. En in de laatste 4 maten (45-48) is het ritme weer vlotter. Eenzelfde soortgelijke structuur werd ook waargenomen in thema I. De begeleiding heeft een vrij verschillend karakter van die van thema I. Wel is het zo dat de melodie begint op e, vervolgens een klein uitstapje maakt en weer terug komt op e in maat 44. Soortgelijke beweging in de melodie was ook bij thema I op te merken. Vanaf maat 49 begint een nazin, namelijk een variatie op thema II. Verder is de eerste zin van thema II (tot 44) verwant met 71-75 en 76-81 (ritmisch en melodisch gezien). Opvallend is wel dat de ritmiek van de begeleiding in maten 71-81 vrijwel hetzelfde is als die van de melodie. De begeleiding is hier dus een betere metgezel dan die in de maten 41-55. Dit contrasteert weer met de cadensering vanaf maat 82 tot 93.
Slotgroep 56-93 De beweging in de begeleiding is erg afwisselend: staccato (82,83), zestiende waarden (86,89), kwart - gepunteerde kwart - achtste (90-91)

3. Verwantschappen tussen elementen en beweging (doorwerking)

94 – 97 Hetzelfde ritme in de melodie als vanaf maat 71 en maat 41. Melodisch gezien is er ook een verwantschap. De melodie in 94 is beweeglijker dan die in 71 m.b.t. de “aanloop”tot de halve noot. Ritmisch gezien, is de begeleiding hier ook weer een goede metgezel. Wel houdt de begeleiding zich in gezien de aanwezige rusten. De structuur heeft ook een verwantschap met het thema II vanaf maat 41: Maat 94-109: structuur: 4 maten 1e zin, 4 maten 2e zin, 4 maten variatie 1e zin (octaaf lager), 3 maten variatie 2e zin Maat 41-55:structuur: 4 maten 1e zin, 4 maten 2e zin, 4 maten variatie 1e zin, 3 maten variatie 2e zin
Vanaf 109 Verwant met maat 56 (tot maat 111 hetzelfde). Daarna wordt er een sequens in werking gezet. Het wordt allemaal wat spannender dan in de expositie. Veel staccato beweging tot maat 123. Daarna via veel achtsten in de maten 123,124,125 komt de beweging plotseling tot stilstand in maat 126. Omdat dit erg plotseling gebeurd, worden er speels nog mat maten bij gecomponeerd om tot stilstand te komen en om de sfeer te veranderen om zo weer in de toonsoort F terecht te komen.
Reprise Is natuurlijk een en al verwant met de expositie, dus zal ik het niet behandelen. Op te merken valt dat in de slotgroep in maat 220 en 221, de bas meer staccato is geworden. (i.t.t. de expositie).

4. Bijlage - Hoofdvorm van een sonate

Een Sonate bestaat uit de volgende delen:

1) Expositie - Thema I, staat in tonica - Overgangszin, deze moduleert naar - Thema II, “zangthema” en staat in de dominant - Slotgroep (cadenseren, bevestigen, soms nog een eigen motiefje - Herhaling

2) Doorwerking en ontwikkeling - maakt gebruik van elementen van thema´s I en II, contrasten, nieuwe motieven, fantasie, modulaties - bereidt de reprise voor met lange dominant 7

3) Resprise Idem als expositie maar: - thema II staat nu in de tonica - en overgangszin moduleert niet (overigens in Sonate KV 332 doet Mozart dat wel )

4) Coda - Alles wat niet in de expositie was. (in Sonate KV 332 kan met niet echt spreken van een coda)