Stan - Gitarist, Spaanse Gitaarmuziek, Bossa Nova, Spaanse Muziek
 

 

 

Analyse F.P. Schubert (1797-1828) - Die Post, Toonsoort : B-groot

© Stan – http://www.degitarist.nl

Tijdens de analyse is o.a. rekening gehouden met:

1. Harmonie (grote lijnen, toonsoorten en trappen)

2. Melodische werking en functie van de melodie

3. Functie van de piano

4. Samenwerking tussen piano en zang

5. Groeiaspecten

6. De werking van het ritme

7. Hoe worden kleuren aangebracht ?

8. Hoe wordt spanning gecreëerd ?

9. Hoe gaat Schubert om met overgangen?

In het algemeen is getracht te analyseren groot naar klein. De harmonisering is te vinden in de partituren zelf. Er is niet ingegaan op de werking van de interpretatie van de uitvoerenden.

Globale opbouw (van groot naar klein)

Intro | A | B | A´ | B´ | Slot

A heeft duidelijk een ander karakter dan B. A zit vol beweging (voornamelijk via het ritme van hopfiguren (piano)) en vragen (zangmelodie: grote afstand wordt afgelegd in kleine tijdseenheid). A creëert iets van hoop en verwachting (mede door aanwezigheid van dominant septiem akkoorden). Harmonisch gezien beweegt A van I naar I binnen de toonsoort B Groot.

Daarentegen heeft B een duidelijk rustiger karakter, iets van terughoudendheid (het begint ook in mineur stemming). Het zet zich duidelijk af tegen A. De hoop en verwachting die A gecreëerd heeft valt in het niets. De begeleiding van de piano bestaat uit trocheaus figuren, die duidelijk contrasteren met de hopfiguren van A. Ook geen grote sprongen meer in de zangmelodie. Harmonisch gezien beweegt B van B klein naar B groot.

In A heeft de piano een sterk eigen karakter. In B komt de piano de zang melodie meer tegemoet en is er meer samenwerking.

Maat

Naamgeving

Opmerking

1 – 8

Intro (Piano)

 

9 –25

A

A kan globaal worden onderverdeeld in: a (9-16) | b (18-25)

26

Overgang

 

27 – 46

B

B kan globaal worden onderverdeeld in a (27-35)| b (37-46)

47 – 53

Tussenspel (piano)

 

54 – 70

A ´

Wijkt een beetje af van oorspronkelijke A, maar dit is te verwaarlozen.

71

Overgang

72 - 92

B ´

 

93,94

Slot

 

Meer detail

Maat

Ritme

Samenwerking / harmonie

Melodie

1,2

Arpeggio´s: een bewegelijk ritme wordt geïntroduceerd.

n.v.t.

n.v.t.

3 - 8

Arpeggio´s in bassleutel. Melodie in vioolsleutel heeft ook een bewegelijk karakter door de aanwezigheid van veel zogenaamde stralende figuren (b.v. maat 3, 5, 7,8) oftewel hopfiguren, afgewisseld door melodische maten (b.v. maat 4 en 6).

Bewegelijkheid wordt ook gecreëerd door staccato af te wisselen met legato maten.

 

Piano: Melodische beweging van dis, fis naar b en van b, dis naar fis.

9-11

Begeleiding van de piano wordt overheerst door een ritmisch karakter (hopfiguren), zowel in linker als in rechter hand. De begeleiding maakt het geheel vrij licht.

Valt op te merken dat er een tegenbeweging heerst tussen zangmelodie en piano.

Zangmelodie is weinig bewegelijk en verassend (springt tussen fis en dis), is slechts vertellend.

12-16

“het hopt gewoon door”

In de maten 12, 13, 14 is er sprake van een dominant keten type V-I

Maat 12: dom. sept. op B (E is tonica)

Maat 13,14: dom. sept. op E (A is tonica)

Maat 15: Grote drieklank op A.

Zangmelodie wordt beweeglijker. In korte tijd wordt er een grote afstand afgelegd (b.v. van b (13) naar cis (15). Tenslotte eindigt de vragende zin met een grote sprong naar cis, wat veel verwachting schept. De beweging in de zangmelodie loopt van e naar b en naar cis met achtsten daartussen.

17-25

Het ritme van de zang melodie wordt al iets minder beweeglijker door kleinere sprongen.

Piano: De aanwezigheid van dominant septiem akkoorden verhogen de spanning en het verwachtingspatroon. Oorzaken zijn (1) de aanwezige chromatiek cis-d-dis-e in de bovenstem (2) e-eis-fis in tenor (3) chromatisch tegenbeweging in de bas: a-gis-g-fis.

In de maten 24 en 25 treedt verdunning op. Het hop ritme verliest zijn sterkte. Dit is natuurlijk gedaan om het bewegelijk ritme wat af te remmen en enigszins voor te bereiden voor deel B. Verder valt op te merken dat Schubert een hele maat rust (26) nodig heeft om de overgang te bewerkstelligen.

Piano: maten 17 en 18 neigen sterk naar maat 19 mede door chromatiek.

27-35

Begeleiding bestaat nu uit trocheaus figuren. Afgezien van enkele uitzonderingen valt op te merken dat het ritme van de zang melodie redelijk in de pas loopt met dat van de begeleiding (b.v. kwarten vallen mooi samen). Dit in tegenstelling tot A.

De begeleiding staat nu in b-klein, een mineur toonsoort (sluit wel goed aan bij tekst). Einde maat 29 is er sprake van een klein septiem accoord wat een tussendominant is voor A groot in 30 type VII – I ???

Er is chromatiek eis-fis (bovenstem) en gis –a (tenor en zangstem) in de overgang van de maten 34-35.

Zangstem: beweegt van d (27) naar e (30), het duurt dus lang om een secunde te stijgen. Hetzelfde geldt voor e (30) naar fis (33). De melodie legt ook een kleine afstand af tijdens het vragende karakter van 33-35. Eigenlijk is het een vraag waarvan de spreker al weet heeft van het (negatieve) antwoord.

36-37

 

Piano reageert op zang melodie van maten 34 en 35. Dit gebeurt via een kleine omspeling, maar het gaat om de noten a-b en gis-a, deze komen ook terug in de piano partij (wel met tegenbeweging in tenor).

 

38 - 46

 

In maat 45 in de piano begeleiding treedt iets van verdichting op (acht noten i.p.v. zes daarvoor).

Zangmelodie: De melodie wordt iets weer beweeglijker dan voorheen zelfs in de laatste maten 44 en 45 weer grote sprongen. Misschien kondigt de bewegelijkheid van de melodie wel weer de bewegelijkheid aan van het vervolg daarop, namelijk A´

Verder valt op dat maten 37,38,39 lijken op 42,43, alleen is het interval een secunde geworden (fis, gis). Dit heeft wel iets van een versterkende werking, de cis in 44 wordt hierdoor extra bekrachtigd.

A´ en B´ zijn (bijna) identiek aan A en B

93, 94

Valt weinig over te zeggen,.

Download hier de analyse in pdf.