Stan - Gitarist, Spaanse Gitaarmuziek, Bossa Nova, Spaanse Muziek
 

 

 

COMPONISTEN

Claude Debussy en het Impressionisme; Nieuwe nieuwe klanken en idealen in de muziekgeschiedenis

© Hayo Beerens – http://www.degitarist.nl

Inhoud

  1. Voorwoord
  2. Korte Biografie
  3. Muzikaal Impressionisme
  4. Impressionistische stijl
  5. Tot slot

1. Voorwoord

De opzet van dit werkstuk is als volgt. Ik wil onderzoeken wat de term:

het impressionisme en Claude Debussy met elkaar te maken hebben.

Welke idealen en muzikale eigenschappen kent het impressionisme?

Als uitgangspunt gebruik ik Claude Debussy, de belangrijkste muzikale genie van die tijd en naar verluid sterk verbonden met het impressionisme.

Eerst zal ik een korte levensloop van Debussy schetsen waarin zijn persoon en muzikale ontwikkeling kort aan bod komen.

Dan zal ik de verbinding verklaren tussen Debussy en het impressionisme wat toch vooral bekend staat als stroming in de schilderkunst.

Vervolgens bekijk ik verschillende muzikale en compositorische aspecten van zijn muziek die uitdrukking geven aan het impressionisme.

Tot slot zal ik nog dat zeggen wat ik dan nodig acht.

Ik hoop dat het leuk is om te lezen, en dat het informatief verhelderend is voor de muzikaal geïnteresseerden.

 

2. Korte Biografie

In Frankrijk, in de plaats Saint-Germain-en-Laye, werd Claude Achille Debussy op 22 augustus 1862 geboren. Niet in een welvarende familie van hoge stand, zoals bij het merendeel van de grote muzikale geniën uit de geschiedenis, maar in een eenvoudig gezin van de Franse ‘arbeidersklasse' zou je kunnen zeggen. Zijn vader was een kleine winkelier en had weinig interesse en aanleg voor muziek. De opera was het enige waar hij zo nu en dan van genoot. Ook zijn moeder was van weinig invloed op zijn muzikale vermogen wat hij later zou ontwikkelen.

Dat dit toch gebeurde komt door het inzicht van Madame Manté. Zij was een uitstekend musicus, ze was pianiste en ze had bij Chopin gestudeerd. Zij was het die in de 9-jarige Claude een groot muzikaal talend bespeurde. Na overleg met de familie ging ze met hem aan de slag. In slechts twee jaar tijd wist zij hem klaar te stomen voor toelating op het vooraanstaande Parijse Conservatorium. Dit lukt de 11-jarige knaap en nu krijgt hij jaren les van vooraanstaande Franse musici waaronder b.v. Emile Durand.

In 1879 wordt hij voorgesteld aan Madame Vasnier waarbij hij veel leert over het leven in de ‘hogere' sociale en culturele kringen.

‘Hier zit ik nu, in die afschuwelijke Villa…Het ergste is dat mijn arbeid er ten zeerste onder lijdt. Elke dag verzink ik dieper in de bekrompenheid, ik vind niets goeds meer. Het is dan ook mijn voornemen, op het einde van dit eerste jaar mijn ontslag aan te bieden' Debussy

Hij gaat ook op reis door Europa als begeleider van de zangeres Nadesja von Meck. Als pianist van het ‘huistrio' van Madame von Meck reist hij in 1882 naar Portugal, en leert daar de Slavische en zigeunermuziek kennen. Deze stijlen zullen een grote invloed blijken te hebben in latere composities.

Waneer hij terug in Parijs komt besluit hij compositie lessen te nemen. Hij was zich reeds bewust geworden van zijn drang om ‘te scheppen'. Hij wilde kunstenaar zijn.

Hij krijgt compositie lessen van Giroud en ook af en toe van Gounod. Hij voelt zich echter niet thuis in de grote wereldstad. Hij past noch in het stadse leven noch in de ‘upperclass'. Al dat antieke gedoe vind hij belachelijk en snobistisch. Hij vindt het niet erg om een buitenbeentje te zijn, hij levert niets in om er bij te horen en gaat zijn eigen gang.

‘Is u de vijandelijke houding van een concertpubliek wel eens opgevallen? Hebt u die gezichten gezien, grijs van verveling, van onverschilligheid, ja zelfs van domheid?…..' Debussy

Hij is niet op jacht om aanzien te verwerven door grote muziekprijzen te winnen, hoewel hij in 1884 wel de Prix de Rome wint met zijn cantate ‘ l'Enfant Prodigue'. In Rome componeert hij enkele werken die door de ‘Acedémie' (die dit soort werken patenteerde) werden afgewezen omdat dit soort ‘impressionistische' werken een gevaar waren voor wat zij dachten dat kunst was.

Hij gaat dus snel weg uit Rome. In 1889 bezoekt hij vol verwondering de wereldtentoonstelling in Parijs. Hier doet hij inspiratie op uit Javaanse (gamalan) en Spaanse (volks) muziek. Hij laat zijn vroegere sociale contacten vallen en zoekt vooral symbolische kunstenaars op (schilders, dichters e.d.) om zich mee in te laten.

De enige componist waarmee hij serieus contact had was Erik Satie, wiens invloed op hem niet ongering wordt geacht. Ontmoetingen met Wagner en Brahms doen hem weinig. Waar zijn haren echter wel van overeind kwamen was van Moessorgsky's ‘Boris Godoenow'.

In 1894 vindt de première plaats van een belangrijk orkestwerk van Debussy: Prelude á l'apres-midi d'un faune (naar een gedicht van de bevriende dichter Mallarmé). Dit stuk wordt wel gezien als zijn eerste meesterwerk. Ondanks de nog steeds tegenstribbelende conservatieve krachten wordt zijn nieuwe ‘impressionistische' stijl goed ontvangen. Een groot publiek heeft inmiddels zijn geest verruimd en weet zijn werk zeer te waarderen. Hij breidt zijn oeuvre in deze periode teven met werken zoals: Trois chansons de Bilitis (1897-1898) en Trois nocturnes (1897-1899).

Iedereen kon aan zijn werken zien dat zijn wonderbaarlijke idioom een geheel nieuwe was. Met hulp van al eerder genoemde Mallarmé maak hij de opera ‘Palléas et Mélisande' naar Maeterlincks gelijknamige werk. Dit is een mijlpaal in de geschiedenis van de opera.

De literaire begaafdheid is een belangrijk aspect van Debussy's werk. Veel van zijn werken hebben een relatie tot literatuur en ook zijn recensies in de ‘Revue Blache' geven blijk van literair talent.

In 1899 trouwt hij met het volksmeisje Rosalie Texier maar dat duurt niet erg lang want na vijf jaar scheiden ze. Hij ruilt haar in voor hun gemeenschappelijke vriendin Emma Bardac-Moyse. Via haar wil hij de hogere kringen binnen treden om eindelijk financiële zekerheid te krijgen. Hij was zeker niet de ideale minnaar, bijna altijd hield hij er meerdere liefjes tegelijkertijd op na.

In 1905 werd het grote symfonische gedicht La mer voor het eerst uitgevoerd. Dit werd zo'n succes dat hij verschillende uitnodigingen uit Europa kreeg om daar eigen werken te dirigeren. Vanaf 1908 doet hij dit.

In zijn liederen van omstreeks 1912 is een verandering in tekst gebruik te zien. Hij distantieert zich van het literaire symbolisme en zijn muziek bij de teksten worden veel soberder en minder sensueel.

Zijn twee boeken préludes (1910-1912) vormen de afronding van zijn impressionistische pianomuziek. In andere werken zocht hij toen al naar een meer abstracte muzikale schrijfwijze. Dit zie je b.v. in de Trois poémes de Stéfan Mallarmé (1913). Deze ‘neoclassicistische' weg vond zijn voltooiing in andere werken zoals beide boeken Études voor piano (1915) en vooral in de Sonates pour divers instruments (1915-1917).

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak raakte hij erg van slag. Hij kreeg een hersenaandoening die hem het componeren moeilijk maakte. Ondanks dit componeerde hij door. Zijn in 1908 begonnen maar onvoltooide opera La chute de la maison Usher werd pas in 1977 uitgevoerd aan de Yale University. Tijdens het laatste Duitse offensief bij de verovering van Parijs is hij te verzwakt om de schuilkelders te verlaten. Hij sterft op 25 maart 1918.

 

3. Muzikaal Impressionisme

Impressionisme is een term die voor het eerst werd gebruikt in de schilderkunst. Een schilderij van Monet met de adhoc toegekende naam ‘impressie, opkomende zon' (eigenlijk had het geen naam maar dat moest wel even voor de tentoonstelling) kreeg zware kritiek in een recensie. De schildersgroep ging de door de recensist geïntroduceerde en negatief bedoelde term (impressionisme) met trots gebruiken voor hun stijl.

Het doel van de impressionistische schilders was om meer door suggestie dan door precieze schildering (dat laatste deed de gangbare kunst) de indrukken vast te leggen. Het impressionisme heeft iets vluchtigs over zich, het gaat meer om gevoel, de verbeelding en het effect daarvan op de toeschouwer. Andere bekende impressionistische schilders zijn: Pizarro en Cézanne.

Het impressionisme, wat dus in Frankrijk ontstond, was ook vooral in Frankrijk belangrijk. Dit ongeveer vanaf 1860 tot 1890. Er was sterk sprake van opboksen tegen de gevestigde orde die er een gevaar voor de kunst in zag. Het is niet verwonderlijk dat Debussy zich aangetrokken voelde tot deze strijd. Ook zijn werk was anders, vernieuwend en hij kreeg zoals eerder vermeld in het begin dezelfde kritiek om zijn oren.

In de literatuur wordt in plaats van impressionisme vaak gesproken over symbolisme. Deze laat 19 e eeuwse kunststroming (waarvan het impressionisme de schilder- en muzikale tak waren), was in literair opzicht een reactie op het realisme of naturalisme. Deze realistische/naturalistische schrijvers gebruikten wetenschappelijke objectiviteit tegenover hun literaire onderwerpen. In hun ogen waren mensen de gevangene van een deterministisch universum, waarin zij als nietige subjecten bewogen werden door de mechanische wetten van het heelal.

De symbolische schrijvers vonden deze visie om het trancedentale te doorgronden veel te materialistisch. De symbolisten geloofden in de mogelijkheid om de innerlijke en eeuwige Realiteit of het onzichtbare Absolute te weerspiegelen in symbolen.

Symbolisten benadrukten het belang van de klank en het ritme van hun teksten. Het moest muzikaal zijn, alsof ze muziek maakten met woorden. Veel symbolisten waren gefascineerd door de eigenschap van muziek, namelijk dat die door slechts klanken de menselijke emoties kon aanspreken, zonder tussen komst van het intellect.

‘ Muziek is een expressief medium, een trancedentale vorm van poëzie. Het is poëzie in een latente staat' Baudelaire

Het was voor het eerst in de westerse geschiedenis dat er zoveel belangstelling was vanuit (vooral spiritueel georiënteerde) schrijvers en schilders voor muziek. Belangrijke namen onder hen zijn: Edgar Allen Poe, Baudelaire, Mallarmé en Verlaine. Debussy heeft bij teksten van al deze schrijvers muziek gecomponeerd.

‘ Poëzie ligt in het bezinnen op dingen, op de beelden die voortvloeien uit de dromen. Een object te benoemen is veelal als het vernietigen van het poëtische genot…Het ideaal is om het object te suggereren.' Mallarmé

Debussy had een druk sociaal leven in zijn impressionistische Parijse tijd. Hij vaak bijeenkomsten met belangrijke symbolistische schrijvers. Onder invloed van hen kwam zijn muzikale stijl tot wasdom. Hoewel hij later een expressionistischere weg zou inslaan.

Zij Hoewel Debussy's werk vooral banden heeft met de literatuur is voor zijn muzikale stijl niet het symbolisme gekozen maar het impressionisme.

In de impressionistische muziek van Debussy gaat het eveneens om het weergeven van indrukken. Vaak is het onderwerp de natuur(verschijnselen). Er is eigenlijk geen belangstelling voor psychologische achtergronden en mensen spelen in zijn muziek zelden een rol. (wel bij opera). Van zijn muziek wordt vaak gezegd dat veel kleur bevat. Het beeld vaak een situatie uit. Vanwege deze beeldende en coloristische eigenschappen is de connectie tot de schilderkunst te begrijpen. Hij schildert met zijn klanken. Vaak is er een doorgaande bewegende stroom die toch nergens heen lijkt te gaan. Dit houd misschien verband met het ‘vluchtige' aspect wat bij de term impressionisme hoort.

Algemeen kan je zeggen dat zijn muziek een bepaalde sfeer of gemoedstoestand opwekt door het gebruik van orkestrale en harmonische kleuren.

 

4. Impressionistische Stijl

Met welke compositorische technieken Debussy zijn muziek de impressionistische kwaliteit gaf zal ik hieronder samenvatten.

•  Instrumentatie en Orkestratie: Zijn orkestrale geluid is uniek. Het klikt vaak als een subtiel geheel waarin individuele instrumenten bijdragen aan de steeds evoluerende klankkleur. ‘Het doet je denken aan een impressionistisch schilderij, waarin kleine, discrete kleurgebieden, zichtbare close-ups, zich mengen tot onbeschrijfelijke kleurvelden, terwijl je van een afstand het schilderij als geheel aanschouwd.'(Joseph Kerman, listen)

Instrumenten worden vaak in extreme registergebieden gebruikt. Ook combinaties van solistische houtblazers, gedempt koper en zachte percussie zijn typisch Debussy.

•  Vorm: Vaak worden duidelijke vormcontrasten (b.v. a-b-a) en sonate- hoofdvorm achtige ontwikkelingstechnieken vermeden. Hij had het niet zo op het herhalen van motieven e.d., dit had Beethoven ten volste gebruikt, en Wagner had er volgens hem een karikatuur van gemaakt. ‘…. Denk je dat je in een compositie echt twee keer uit kunt drukken??' (Debussy)

•  Textuur: Debussy's muziek is zeer homofoon met maar soms wat contrapunt. De piano muziek is vaak volgens een bepaald idioom (b.v. een bepaalde modus of interval), en heeft ongebruikelijke stemvoeringen en pedaaltoon gebruik.

•  Tonaliteit en Harmonie: Er is vaak geen duidelijke grondtoon, vooral in het begin niet, maar ook vaak helemaal niet. Hij gebruikt namelijk niet de functionele harmonie, hij vermijdt deze juist. Hij creëert zijn eigen nieuwe harmonische samenhang met gebruik van o.a. parallelle akkoordprogressies en ‘vrije' dominante none-akkoorden. Zijn harmonische taal bevat veel tertsstapelingen, vaak met toegevoegde secunde en sext. Ook speelt de natuurlijke boventoon reeks vaak een rol. Dan zijn er nog verschillende toonladders of liever gezegd modi zoals, hele-toons-toonladder, pentatonische ladder enz. waaruit hij unieke samenklanken combineert.

•  Melodie: Debussy gebruikt vaak korte, fragmentarische melodische thema's. Deze zijn vaak afgeleid aan de kerkmodi of andere karakteristieke modi die hij gebruikt. Veel stukken hebben een belangrijke melodie als thema die dan in een andere veranderlijke context/textuur steeds terugkeert en dan mee veranderd om hier weer in te passen. Dit is een soort groeicel techniek waarin het thema reageert op kleine muzikale veranderingen die als organische cellen in elkaar overgaan, transformeren en zo een veelvoud aan muzikale beelden genereren.

•  Metrum en Ritme: Er is geen sterke maatsoort te ontdekken. Zelfs de puls is vaak moeilijk te onderscheiden. Er heerst een vaag metrisch gevoel. Dit wordt ook wel zwevende ritmiek genoemd.

 

5. Tot slot

Tot slot wil ik nog enkele dingen toelichten. Dat Debussy een open geest had, en zocht naar vernieuwing, blijkt ook uit de diverse muziekstijlen die hij zijn muziek heeft laten beïnvloeden. Niet-Westerse muziek, b.v. de gamalan (wereldtentoonstelling Parijs 1889), Mediterrane (volks-)muziek, b.v. de Cante jondo (diepe zang en de flamenco uit Andalusië), muziek van Russische componisten zoals Borodin, Moessorgski, Skrjabin en Rimski-korsakov. Door deze stijlen in zijn muziek te betrekken legde hij ook muzikaal-culturele ‘impressies' vast in zijn muziek. Zo krijgen de betreffen de stukken een diep menselijke dimensie, waarin de natuur (of constitutie) van de mens wordt verbeeld.

Hij heeft zijn vernieuwingsdrang niet beperkt tot het vernieuwen van de Franse muziek en esthetica daarachter. Ook zichzelf is hij in de loop van zijn leven blijven vernieuwen. In zijn vroegere werk is hij duidelijk nog niet los van de normen en waarden van de romantiek. Hij ontwikkeld zich tot impressionist, onder niet geringe invloed van Erik Satie, die van hem een overtuigd anti-Wagneriaan maakt. Ze zetten zich af van de gevestigde orde met al hun regels over muziek, vormvastheid, functionele orde e.d. worden aan de kant gezet.

Hij experimenteert in nieuwe gebieden en schept een impressionistisch oeuvre. Vanaf omstreeks 1912 zoekt hij naar een abstractere, sobere stijl. Zijn muziek schuift op naar de expressionistische hoek (tweede Weense school). Zijn muziek wordt doorzichtiger, elementairder en diepzinniger. Het lijkt alsof de passievolle jonge man is opgegroeid tot een wijze heer.

Persoonlijk geniet ik het meest van zijn impressionistisch werk. Ik geniet met volle teugen van de Piano preludes. Ik bedenk me ook altijd wat een ongelofelijk goede pianist het geweest moet zijn. De stukken laten heel de piano leven. Je weet gewoon dat zijn band met dit instrument heel diep was. Hij en zijn piano waren denk ik één instrument. Hij had zijn eigen geluid, zijn eigen compositie stijl, zijn eigen pianistiek. Bij sommige uitvoeringen (ik raad Giesseking aan) hoor je de persoon Debussy spreken. Maar jammer genoeg zullen we Claude Achille Debussy nooit zelf horen toveren.

‘Ik wil aan de Franse muziek haar oorspronkelijke lenigheid en bevalligheid terug schenken, niet door middel van oude werkwijzen, doch door scheppende vernieuwing' Debussy