Stan - Gitarist, Spaanse Gitaarmuziek, Bossa Nova, Spaanse Muziek
 

 

 

MUZIEKGESCHIEDENIS

Essay Galante Stijl versus Gelehrt

© Stan Kuunders – http://www.degitarist.nl

Galante Stijl versus Gelehrt

De 18 e eeuw kenmerk zich als een tijd van ingrijpende maatschappelijke veranderingen. De invloed van filosofen (o.a. Goethe, Rousseau, Lessing, Herder) op de muziek was groot. Tevens was het een kosmopolitische eeuw. Duitse concert componisten zaten in Parijs en Italiaanse opera componisten in Duitsland, Spanje, Rusland en Frankrijk.

De strenge scheiding tussen overheid en onderdanen werd ter discussie gesteld. Het midden van de 18 e eeuw kenmerkte zich door de opkomst van de bourgeoisie. Men zag een aantal verschijnselen uit het hofceremonieel ook bij de lagere adel en bij de niet aristocratische samenleving opduiken. De scheidingslijnen tussen adel en burgerij begonnen te vervagen. In de Duitse landen ging dit allemaal langzaam en stap voor stap in tegenstelling tot Frankrijk (bestorming van de Bastille); de aartsbisschop van Mozart's geboorteplaats liet stadsverlichting aanbrengen voor de burgerij en ook ontstonden er theaters. Er kwam zorg voor zwakzinnigen en bejaarden. De verlichting deed zijn werk. Men vereenvoudigde ook kerkversieringen en het aantal kerkelijke feestdagen werden verminderd.

De kunstenaar had in het begin van de 18 e eeuw nog een plaats in de onderste lagen van de sociale hiërarchie. Pogingen om als onafhankelijk kunstenaar carrière te maken waren zelden succesvol. Dit ging ook veranderen gedurende de 18 e eeuw. Mozarts behoefte om een onafhankelijk vrij scheppend kunstenaar te zijn kreeg uiteindelijk vorm in de periode van 1781 tot 1787.

Voor het muziekleven betekende kerkelijke hervormingen minder werk voor musici maar meer werk voor componisten. Zij moesten kerkliederen bewerken en aanpassen aan de nieuwe eisen van de kerk. Door deze hervormingen gingen adel en burgerij het publiek vormen bij openbaren concerten en opera's. Rond 1725 in Parijs ontstonden al de eerste openbare concerten ( o concert spirituel ). Vele andere Europese hoofdsteden volgden al snel. Opmerkzaam is dat in London al sinds 1672 openbaren concerten plaatsvonden. Deze ontwikkeling had tot gevolg dat ook amateurs zich met muziek gingen bezighouden. De componist moest hierdoor meer voorschrijven, want hij kon minder aan het vakmanschap, fantasie en handigheid van de amateur overlaten. Zowel grote als kleine instrumentale en vocale ensembles werden populair onder de burgerij. Mozart schreef veel werken voor deze kringen.

De empfindsamkeit (overgangsstijl tussen Barok en Klassieke tijd) ontwikkelde zich in de Duitstalige landen. Het was een periode waarin de waarde van het gevoel en de emotie belangrijker werd geacht dan die van het verstand en de wil. De strengheid werd losgelaten en componisten schreven galant versierde melodieën en eenvoudige maar soms verassende harmonieën. De muzikale vormen werden kleiner. We vinden deze stijl terug in o.a. de laatste concerten van Vivaldi, in het werk van Stabat Mater van Pergolesi en in de piano sonates van C.P.E. Bach.

Het afstand nemen van de strengheid en geleerdheid begon al tijdens de Rococo periode (1715-1770), die oorspronkelijk in Frankrijk (Parijs) ontstond. Kenmerken van deze periode waren de drang naar het intieme, het kleine, het fijne, het eenvoudige en vooral het afwenden van gecompliceerdheid en geleerdheid. Deze tendens werd voortgezet en openbaarde zich nog meer in de zogenaamde Franse stile galante . Het is eigenlijk een term die generiek wordt gebruikt, niet alleen in de muziek, maar voor alles wat modern, elegant, chique, zacht en vloeiend was. Deze stijl werd voornamelijk toegepast in de kamermuziek van Franse en Italiaanse componisten. Het zette zich af tegen de strenge barok muziek die voornamelijk werd uitgevoerd in de kerk en bestemd was voor de elite. De kamermuziek kon men nu ook in de huiskamer spelen. De galante stijl was sierlijk en gevoelig nog wel contrapuntistisch maar zonder de strengheid of starheid van de Barok muziek (denk aan de polyfonie en haar strenge vormen zoals de fuga en oratorium). Het was eigenlijk C.P.E. Bach, die werkte aan het hof van de vorst Frederik de Grote (1740-1786) samen met de Berlijnse school (o.a. Quantz, Marpurg), die een scheiding maakte tussen de contrapuntistische en de galante stijl. De galante muziek had meer oog voor de melodie, was vrijer en bevatte korte motieven die vaak herhaald werden. Dit alles werd begeleid door lichte en simpele harmonieën, welke onderbroken werden door cadensen. Deze stijl vinden we ook al terug in de opera aria's van Leonardo da Vinci, Pergolesi en Hasse. De Albertijnse bas is een goed voorbeeld van minimale begeleiding van een melodie. Deze werd veel toegepast door componisten (Haydn, Mozart, Beethoven) in de piano muziek. De Albertijnse bas is een bepaalde begeleidingsfiguur, gebroken begeleidingsakkoorden die in een ritmische regelmatige beweging door de linkhand wordt gespeeld. Zie hier een muziekvoorbeeld bij Hydn:

De Italiaanse componist en zanger Alberti Domenico was echter niet de eerste die de bas toepaste. Zie hier het voorbeeld van J.S. Bach (Praeludium 1 uit Das Wohltemperirte Clavier:

De Berlijnse school heeft de galante stijl vooral toegepast in de instrumentale muziek (symfonie, concert, pianomuziek en kamermuziek). Driestemmigheid word zelden constant toegepast en er ontstaan lied en rondo vormen. Ook de voordracht wordt beweeglijker en humoristischer (Scarlatti en Telemann). Articulatie en dynamiek in het concert doen zijn intrede. Ook treden er stemmingswisselingen (passages van majeur worden afgewisseld met mineur) op en tempoveranderingen. Melodieën worden gearticuleerd in muzikale zinnen van 2 of 4 maten (vaak ook 3,5 of 6). W.A. Mozart hoorde in London de symfonieën van K.F. Abel en J.Chr. Bach. De ervaring forte / piano contrast in de openingsmaten zijn terug te vinden in de eerste symfonieën van Mozart. De symfonieën van Mozart zijn een prima voorbeeld van de galante stijl. Ook de zangerige Italiaanse stijl paste hij veelvuldig toe. De componisten van de eerste Weense school (Mozart, Hydn, Beethoven) experimenteerde veel met klankleuren en expressiviteit.

Een school die grote invloed heeft gehad op de componisten van de eerste Weense school was de Mannheimer school (o.a. Richter, Stamitz). Zij woonde aan het hof van Karl Theodor (keurvorst van de Palts). De school is vooral belangrijk geweest voor de ontwikkeling van het orkestspel en het vastleggen van de sonate vorm. Zij maakten veelvuldig gebruik van crescendo, tremolo en gebroken akkoorden. Ook de toevoeging van het menuet aan de symfonie is een vinding van deze school.

Ook de Sturm-und-Drangstijl wordt toegepast in de muziek. Deze vroeg romantische stijl wordt gekenmerkt door een individualistische en egocentrische houding bij de kunstenaars. Persoonsverering en ijdelheid stonden centraal en de uitvoerende podium virtuoos werd op een goddelijk manier aanbeden.

De klassieke tijd is een periode van de ontwikkeling van de concerten, symfonieën, Cassationen, serenades en divertimenti. De laatste 3 waren bedoeld als amusement bij verscheidene gelegenheden.

Een andere stijl die zich ontwikkelde was de buffo opera's. Dit waren komische vrolijke opera's. Het begrip hangt nauw samen met de buffo bas, een baszanger wiens stem geschikt is voor het zingen van komische rollen.

De opera maakt een belangrijke ontwikkeling door. Door Napolitaanse school, o.l.v. A. Scarlatti, krijgt het orkest een grotere rol in de opera. De handelingen werden minder belangrijk en muziekstukken ontwikkelde nummers.

De stile galante gaat gepaard met een ontwikkeling op het gebied van instrumenten. Rond 1770 ontstond de eerste pianoforte. Ook de ontwikkelingen van de hoorn, klarinet, basklarinet en de grote trom doen hun intrede in de orkesten. Er was duidelijk een behoefte naar meer kleurvorming. De harp en hoorn doen hun intrede in het begin van de 19 e eeuw.

Download dit document in pdf-formaat